Schrijfpauze

Het overkomt de besten en het heeft een lelijke naam. Ik noem niet zo, ik noem het liever schrijfpauze. Of gewoon pauze. Iedereen en alles heeft wel eens een pauze nodig. Het is augustus. De courgetteplant heeft al kilo’s courgettes gegeven en neemt nu een pauze.

Het was geen blok. Het schrijven doofde langzaam uit en ik verzette me niet. Het lichaam vroeg aandacht, er was geen tijd en geen kracht voor verzet. Geen verzet, geen verdriet. Maar het wel merken, dat ze wegbleven, de woorden, de zinnen, de verhalen.

Diep in mijn hart wist ik dat er mij maar een ding te doen stond: aanvaarden. Zelfs niet wachten of hopen. Want wie verwacht, wordt per definitie teleurgesteld. Wie niets verwacht krijgt cadeaus.

Ik kreeg een cadeau in de vorm van een bericht dat een van mijn gedichten in een bundel wordt opgenomen. En hop, daar ging het kraantje weer open. Eerst druppelend, aarzelend en nu in een fijn straaltje. Het stroomt. Tot aan een volgende pauze.

 

Na de pauze

Na de pauze
Geeuwt de muze

Ze schudt
De woorden wakker

Zinnen strekken zich
Letters buigen

De pen vraagt inkt
Het blad verbleekt

En draait zich om

 

(meer poëzie en proza op christinevandenhove.wordpress.com)
Advertenties

Inspiratie

Vanmorgen ben ik begonnen met de biografie van M. Vasalis te lezen. Het is een lijvig boek, waarvan in recensies gezegd wordt dat het te gedetailleerd is, maar in het voorwoord lees ik al iets dat me waarschijnlijk zal aansporen om door te lezen:
‘Overvloedig gezegend met creativiteit moest ze in het midden van haar leven meemaken hoe haar scheppingskracht afnam. Wat een vanzelfsprekend permanent bezit leek ontviel haar, langzaam en pijnlijk. Vasalis voelde zich er schuldig en vertwijfeld over.’
Hoe herkenbaar en troostend. Het gevoel dat mijn inspiratie opdroogt, ken ik goed. Alleen lijkt het bij mij niet gebonden aan een bepaalde levensfase. Het is meer een cyclus. In een jaar geniet ik soms maandenlang van een stroom van ideeën en werklust. Dan begint de inspiratie af te nemen, word ik erg kritisch over mijn eigen werk, en groeit de twijfel en het schuldgevoel. Twijfel over mijn talent: is het wel groot genoeg? Had het al niet lang moeten bovendrijven als het er echt was? En schuldgevoel: zou ik mijn tijd niet beter aan iets nuttigs besteden? In het filmpje van Allison Bechdel dat ik in mijn vorig bericht plaatste, hoor je haar zeggen: ‘I should get a job.’ Terwijl ze net bezig is te doen wat haar job is: tekenen en schrijven.

Twijfel en zelfs schuldgevoelens lijken erbij te horen, bij deze job. En ook de momenten dat de inspiratie ver weg lijkt. Zo ver dat het lijkt alsof ze nooit meer zal terugkomen. Dan denk ik aan een filmpje waarin ik Jane Campion aan het werk zag. Het is een bonusfilm bij de serie Top Of The Lake, waarin ze praat over haar creatief proces. Ze zegt dat ze soms vier uur op een idee wacht. Je ziet haar aan een bureau zitten of op een bank liggen wachten, schrijfblok en pen in de aanslag. En dan zegt ze ongeveer: ‘Je moet elk idee dat zich aandient verwelkomen, hoe klein en onnozel het ook lijkt. Want anders blijven de andere ook weg.’ Ze praat erover alsof het wezentjes zijn die bij je komen aankloppen.

Dat mijn heldinnen van hetzelfde last hebben, is een hele troost. Maar wachten en geduld hebben is niet mijn sterkste eigenschap. Dat ik ook nog eens pas erg laat in mijn leven mijzelf als schrijfster au sérieux ben beginnen nemen, versterkt nog eens mijn ongeduld. Op een dag zal mijn tijd op zijn.

Het enige wat ik kan doen is schrijven, elke dag schrijven. ‘Een dag waarin ik niet heb geschreven, lijkt een verloren dag’, zegt de jonge dichteres Hadjira Hussain Khan. Zo is het voor mij, oude schrijfster, ook. Laten we alle dagen schrijven, al was het maar om gezond te blijven. De inspiratie komt wel terug.

DSC_0859

Laatste aanwinst, cadeautje van Els.