Zwijg en schrijf!

In september van dit rare jaar kreeg ik een uitnodiging voor een Shut-up-and-write-sessie in Antwerpen. Toevallig was ik toen in Antwerpen, maar dat maakte niets uit want het was een online samenkomst. Ik was nog niet helemaal vertrouwd met Zoom, het was een gelegenheid om ermee te experimenteren. Vanaf de eerste sessie was ik verkocht, om de eenvoudige reden dat ik tijdens dat uurtje schrijven veel meer gedaan had gekregen dan ik doorgaans in een uur tijd doe. Ik deed een paar keer mee aan avondsessies, maar omdat ik een ochtendmens ben startte ik zelf een groep op woensdagochtend. Na een tijdje kwam er een maandagochtendsessie bij en tegenwoordig begeleid ik drie à vier sessies per week. 

Zowat op de hele planeet worden shut-up-and-writesessies georganiseerd, in verschillende tijdzones, en op verschillende momenten. Je kunt dus om het even waar aansluiten naargelang je bio-ritme, en ze werken ongeveer allemaal op dezelfde manier. Het is gratis, maar je moet je wel op voorhand aanmelden via https://shutupwrite.com. Eens je lid bent van een groep, krijg je uitnodigingen voor de geplande sessies. Je kunt ook lid worden van verschillende groepen.

Zo werkt het: In de aankondiging van een online sessie zit een zoomlink. Je meldt je aan en je wordt verwelkomd door de gastvrouw of -heer. Je wordt uitgenodigd om jezelf voor te stellen en te vertellen waaraan je werkt, en wat je plan is voor die bepaalde sessie. Die voorstellingsronde duurt een kwartier. Daarna gaat iedereen in stilte aan het werk. Het geluid wordt uitgezet, het beeld blijft aan. Zo zitten we samen in een soort kamer te werken. Na een uur neem de gastvrouw of-heer opnieuw het woord en krijgt iedereen een paar minuten om te vertellen hoe het ging. 

Het is de bedoeling om te schrijven en er wordt van alles geschreven. Sommigen werken aan een roman of aan korte verhalen, maar de sessies worden ook gebruikt om blogberichten of e-mails te schrijven, of om hangende administratieve taken af te werken. Het maakt eigenlijk niet uit wat je schrijft, of wat je doet, je kunt het ook zien als een vorm van co-working. 

Waarom werkt het zo goed? Waarom hebben we blijkbaar gezelschap en zelfs een beetje sociale controle nodig om productief te zijn? Het is heel eenvoudig: omdat we bij het begin van elke sessie een doel formuleren. En vooral een haalbaar doel, iets dat je kunt afgewerkt krijgen binnen een tijdspanne van een uur. Zodat je na dat uurtje kunt zeggen: ik heb dit doel helemaal of gedeeltelijk gehaald. Het gebeurt wel eens dat iemand van het geformuleerde plan afwijkt of zelfs de sessie onverwachts moet verlaten, maar dat wordt niemand aangewreven. Iedereen zit er vrijwillig, doet wat hij of zij wil en het is juist die vrijheid die het engagement verhoogt. Je doet het helemaal voor jezelf, maar je bent niet alleen. 

En dat is de tweede factor die deze formule tot een succes maakt: we werken samen. We hebben gelijkaardige dromen, we versterken elkaars motivatie. De afgelopen maanden heb ik een aantal fijne mensen leren kennen, die met interessante projecten bezig zijn en die belangstelling hebben voor elkaars werk. Er worden e-mailadressen, schrijftips, titels van boeken en namen van auteurs uitgewisseld. 

Een shut-up-and-write-sessie geeft bovendien structuur aan mijn dag. Tegen de middag is het schrijfdoel gehaald en kan ik het even uit mijn hoofd zetten en andere dingen gaan doen. 

Het jaar 2020 heeft ons heel wat zorgen en hoofdbrekens gebracht, maar ook goede dingen en dit is er één van. Een blogbericht in een uurtje geschreven, nagelezen en gepost, het kan. 

Jouw roman als feuilleton? Blovel!

Het begon met Anker Tong. Hij of zij meldde zich aan als volger bij een van mijn blogs. Altijd leuk om nieuwe volgers te krijgen, maar Anker Tong viel wel erg op met zo’n naam. En dus deed ik wat WordPress aanraadt als je een nieuwe volger over de vloer krijgt: even gaan kijken waar die andere mee bezig is.

Onder de blogtitel staat eenvoudig: fictie. Ik begon te lezen en ontdekte dat ik me middenin een verhaal, zeg maar een lijvige roman, bevond. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik googelde de naam van de zogenaamde auteur. Een paar klikken later leerde ik het begrip ‘blovel’ kennen op de blog Salon Van Sysiphus van Tom Ronse.

Een blovel is een roman (novel) in een blog. Veel meer informatie dan het artikel van Tom Ronse vond ik niet. Toch moeten er meer Nederlandstalige blovels bestaan, maar waar zijn ze in blogland? Hoe vind je ze?

Het idee om zelf een roman als blovel op het publiek los te laten begon te kriebelen en liet me uiteindelijk niet meer los. Maar eerst wat achtergrond.

Madame Bovary als serie

Als we het vandaag over series hebben, denken we aan Netflix of aan vertrouwde zenders zoals VRT NU, waar het soms moeilijk kiezen is welke serie je eerst wil uitkijken. Veel mensen vinden het leuk als een verhaal over afleveringen gespreid wordt.

Dat had ook Dickens begrepen. Een aantal van zijn boeken startten als feuilleton in een door hemzelf opgericht tijdschrift. Toen het verhaal uiteindelijk als roman verscheen was het verder aangevuld, zodat de lezers het boek toch nog kochten om te weten hoe het verhaal eindigde. Pittig detail: als Dickens ergens ging voorlezen, bewerkte hij de tekst vooraf nog een keer.

Gustave Flaubert schreef zes jaar aan Madame Bovary. Deze roman over een ongelukkige en overspelige doktersvrouw verscheen als feuilleton in een Parijs weekblad en zorgde in die tijd voor heel wat schandaal. Maar toen de roman als boek op de markt kwam, werd het een bestseller.

Bij Couperus verliep het omgekeerd. Toen de belangstelling voor zijn talrijke romans afnam, begon hij feuilletons voor een Nederlands dagblad en een literair tijdschrift te schrijven.

Het idee om een verhaal in afleveringen te brengen is waarschijnlijk zo oud als de vertelkunst zelf. Dat er in deze tijd naar nieuwe publicatiewegen gezocht wordt is dan ook niet verwonderlijk

Typisch blovel

Wat dan wel verwonderlijk is: blovels zijn moeilijk op te sporen. Er moeten er nochtans heel wat zijn, er wordt immers meer dan ooit geschreven.

Hoewel er geen strikte regels voor het blovelen zijn, bestaan er toch criteria. Maar die moeten eerder als aanbevelingen gezien worden. De kunst is namelijk om het publiek geïnteresseerd te houden en de lezers niet teleur te stellen door bijvoorbeeld het verhaal te lang te laten aanslepen of door het voortijdig af te breken.

Er wordt aangeraden om twee of drie keer per week een aflevering te posten. De berichten kunnen best niet te lang zijn, ongeveer 500 woorden lijkt ideaal. De blovel mag niet te lang aanslepen, langer dan een jaar wordt afgeraden. Het verhaal ontwikkelt zich tijdens de looptijd van de blog en lezers kunnen commentaar geven of zelfs de verhaallijn beïnvloeden. Net zoals een roman moet er een begin, een conflict en een oplossing zijn. Als de blovel uiteindelijk als boek of blook verschijnt, kan de inhoud uitgebreider zijn dan de oorspronkelijke blogberichten.

Cliffhangers

Wil je je lezers na elk bericht laten uitkijken naar de volgende aflevering, dan moet elke tekst eindigen met een cliffhanger. Dat is misschien wel de grootste uitdaging voor de auteur, vooral omdat de berichten niet te lang mogen zijn want de weblezer is doorgaans gehaast. Blogberichten en dus ook blovels worden vaak tussendoor gelezen: tijdens het ontbijt, het werk, de lunch, onderweg, of ‘s avonds laat, en de spanning moet blijven hangen tot de volgende leesbeurt.

Leuk en minder leuk

Intussen weet ik het: blovelen is spannend. Er is de druk om twee à drie keer per week een aflevering te schrijven en het is ook elke keer weer afwachten of je gelezen wordt. En als je gelezen wordt, wie registreert zich als volger? Komt er commentaar? Zijn de reacties positief? Vinden de lezers het verhaal spannend genoeg?

Je bent als auteur zelf helemaal verantwoordelijk voor de opbouw van het lezerspubliek, en goed en spannend schrijven is niet de enige manier om lezers te werven. Naast het schrijven moet je kanalen zoeken om je blovel bekend te maken. Ook dat is een uitdaging.

Als autonoom auteur heb je ook geen uitgever en een eindredacteur naast jou. In het beste geval heb je een schrijfmaatje dat bereid is om elk bericht even na te lezen en te corrigeren. En dat is pure luxe, geloof me. Want net als bij een gedrukt boek, kunnen lezers genadeloos afhaken als je ondermaats schrijft of fouten maakt. 

Tag je blovel

Maar waar zitten nu al die anderen? Behalve Anker Tong en mijn eigen blovel (Chris!) ken ik er nog eentje: Gezultmaarzeszijn, een verfrissend project van Kathleen Verbiest dat in de zomer van 2016 aan alle criteria van de blovel beantwoordde zonder de vermelding ‘blovel’ in de titel of als tag.

Daarom een warme oproep aan iedere blogger die fictie schrijft en dus blovelt zonder het misschien te weten: vermeld het woord blovel ergens op je blog, zet het bij elk bericht in je tags. Laten we elkaar ontdekken en van elkaar leren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het doel herzien

Indien iemand mij een jaar geleden voorspeld zou hebben dat ik mee zou doen aan Nanowrimo (National novel writing month) zou ik dat nooit geloofd hebben. Ik dacht er niet aan om mezelf aan dit soort druk te onderwerpen.

Maar omdat ik al een klein jaar met een verhaal in mijn hoofd liep en dat maar niet uitgeschreven kreeg, besloot ik het toch maar te proberen.

Het doel is 50.000 woorden te schrijven in de maand november. Duizenden mensen over de hele wereld doen eraan mee. Tussen de 1700 en de 2000 woorden per dag leek me haalbaar. En de eerste week ging het goed.

Maar intussen gaat het leven gewoon door en komen verwachte wendingen op onverwachte momenten. Al in de tweede week onderbrak ik anderhalve dag. De achterstand leek mij nog inhaalbaar.

We zijn nu op de helft van de maand en een nieuwe wending vraagt mijn aandacht. 2000 woorden per dag is nu niet mogelijk en de kans dat ik de 50.000 woorden haal is alles behalve reëel.

Bon. Geen drama. Het verhaal is goed opgestart en het einde komt er wel. Misschien in december, misschien in januari. Dan heb ik een eerste versie en begint het echte werk.

Want doorschrijven, heb ik ontdekt, is plezierig. Je niet te veel aantrekken van juist woordgebruik en logische zinsconstructies helpt als je onder druk staat om de tekst binnen een bepaalde tijd neergeschreven te krijgen.

Wat ik ook ondervind: de schrijfgewoonte heeft zich al min of meer genesteld. Ik verlang er opnieuw naar om elke dag te schrijven. Ook al is het maar één pagina of zelfs maar één paragraaf.

Elke dag een beetje doorschrijven is het nieuwe doel. En eigenlijk heb ik dat al bereikt, het loopt gewoon door. Alleen daarom ben ik blij dat ik ermee begonnen ben.

En volgend jaar, november 2019, dan zien we wel.

 

Focus

Voor 2016 reikte Marleen mij het woord focus aan. Ik paste het en het zat als gegoten. Wat een goed voornemen. En het komt overal van pas. Bij het schrijven bijvoorbeeld.

Om te beginnen bij het ochtendschrijven. Laat ik daar eerst nog even reclame voor maken. Geen betere manier om wakker te worden, geen betere manier om de gedachten te ordenen, en een uitstekende manier om de aandacht alvast scherp te stellen. Het principe is heel eenvoudig: elke ochtend minstens twee pagina’s schrijven in een eenvoudig schoolschriftje. Ik doe het nu al zes maand, ik sla zelden een dag over want het is een routine geworden en mijn twee bladzijden worden er meestal drie, soms meer.

Ochtendschrijven brengt mij elke dag meteen in een prettige, voldane stemming terwijl de dag nog moet beginnen. In de eerste weken moest ik de tweede helft van de tweede bladzijde nog vullen met zinnetjes als: ‘Ik weet niet meer wat te schrijven’ of met oefeningen in aandachtig en ‘schoon-’schrijven, maar nu komt de tekst vanzelf. Het gaat tegenwoordig over wat ik gedaan wil krijgen en wat ik nodig heb om die doelen te realiseren. Ik denk dat de inhoud nog zal evolueren. Het is een proces, ik geef me eraan over en ik ben benieuwd in welke richting het zal verdergaan.

In het boek ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’ van Haruki Murakami dat ik aan het lezen ben, gaat het toevallig ook over focus. Dat is natuurlijk niet toevallig. Als iets in je hoofd rondhangt, dan zie en lees je overal dingen die daarmee te maken hebben.

Volgens Murakami is de belangrijkste eigenschap van een schrijver talent. Dat talent hoeft niet eens zo groot te zijn. Talent is nu eenmaal ongelijk verdeeld. De tweede eigenschap is concentratievermogen. Door elke dag een paar uur te concentreren op het schrijven, kan het talent zich ontwikkelen. De derde eigenschap is uithoudingsvermogen. De schrijver moet zich trainen in concentratie. Hij maakt daarbij de vergelijking met hardlopen. Het moet pijn doen. Maar pijn hebben is niet hetzelfde als lijden. Want ‘Pain is inevitable, suffering is optional’ is zijn mantra.

Murakami zegt dat hij om tien uur gaat slapen en om vijf uur opstaat. Het zou me niet verwonderen als dit boek uit ochtendschrijven is ontstaan: het is een neerslag van ervaringen met schrijven en hardlopen en zijn reflecties daarop.

Hardlopen is niet (meer) mijn ding, maar stevig wandelen wel. Luisterend naar Murakami, koppel ik het wandelen aan het schrijven. Het moet een beetje pijn doen en de lat moet langzaam maar zeker verlegd worden. Aan een paar uur per dag focussen op schrijven ben ik zeker nog niet toe, maar het ochtendschrijven (ongeveer twintig minuten, soms een half uur) is een begin. En het dagelijks wandelen is intussen een tweede routine geworden.

Oefenen in focussen kun je trouwens met alles doen: met koken, met eten, en zelfs bij de afwas. Vraag het maar aan de mindfulnessmensen.

Met dank aan Marleen voor de voornementip, en aan Hadjira voor de boekentip.

Schriften

Overal in mijn huis liggen schriften: in de kleerkast, op het nachttafeltje, in de laden van mijn bureau, bovenop mijn schrijftafel, in een doos op de grond in de woonkamer, er zit er altijd minstens eentje in mijn handtas en er liggen een paar notablokjes in de auto.

Ik deel ze grofweg op in drie categorieën. De oudere en afgesloten dagboeken, de schriften die nu in gebruik zijn of die ik -als ze vol zijn- nog af en toe doorblader, en de lege schriften.

De oude dagboeken liggen in een doos onderaan in mijn kleerkast. Ze gaan van 1974 tot 2003. Er zitten dure schriften tussen, met harde kaften en bijzondere omslagen. Vreemd genoeg zijn die maar voor de helft gevuld. Waarschijnlijk omdat ik te hard mijn best moest doen om in overeenstemming met zo’n chic schrift, mooi, leesbaar en zinvol te schrijven.

De schriften die in het huis en tot in de auto rondslingeren, zijn schriften waarin ik regelmatig schrijf. Er is het schrift waarin ik mijn dagelijkse twee pagina’s losschrijf, er zijn een paar themaschriften: herinneringen, niet-te-verzenden brieven, ideeën, scenario’s, eerste versies van verhalen en gedichten enzovoort. Een aantal van die schriften mogen binnenkort naar de doos in de kleerkast verhuizen, zodat de huidige werkstapel wat overzichtelijker wordt.

Dan heb ik nog een grote doos met lege schriften. Ik heb het intussen afgeleerd om dure schriften te kopen, meestal koop ik notablokjes en werkschriften (cahiers de brouillon) als ze in de aanbieding zijn. Maar het liefst koop ik oude schoolschriften op rommelmarkten en in kringloopwinkels. Er mag zelfs al een beetje in geschreven zijn. Ik vind soms schriften waarvan alleen de eerste pagina beschreven is. Dan begin ik gewoon op de volgende pagina. En dat voelt heerlijk vrij. Het hoeft niet perfect te zijn. Het schrijven telt, het resultaat (nog) niet.

DSCN5808

Oude dagboeken

DSCN5831
Maagdelijke kringloopschriften

DSCN5832
Een kringloopschriftje met een intentie: op de eerste bladzijde staat slechts één regel: ‘Bedevaart: Medjugorje 12-20 juni 1997’. Op de volgende bladzijde ben ik dan maar een verhaal over een voettocht begonnen.

DSCN5837

Mijn huidige werkstapel. Vandaag toch eens wat uitmesten, denk ik.