Het doel herzien

Indien iemand mij een jaar geleden voorspeld zou hebben dat ik mee zou doen aan Nanowrimo (National novel writing month) zou ik dat nooit geloofd hebben. Ik dacht er niet aan om mezelf aan dit soort druk te onderwerpen.

Maar omdat ik al een klein jaar met een verhaal in mijn hoofd liep en dat maar niet uitgeschreven kreeg, besloot ik het toch maar te proberen.

Het doel is 50.000 woorden te schrijven in de maand november. Duizenden mensen over de hele wereld doen eraan mee. Tussen de 1700 en de 2000 woorden per dag leek me haalbaar. En de eerste week ging het goed.

Maar intussen gaat het leven gewoon door en komen verwachte wendingen op onverwachte momenten. Al in de tweede week onderbrak ik anderhalve dag. De achterstand leek mij nog inhaalbaar.

We zijn nu op de helft van de maand en een nieuwe wending vraagt mijn aandacht. 2000 woorden per dag is nu niet mogelijk en de kans dat ik de 50.000 woorden haal is alles behalve reëel.

Bon. Geen drama. Het verhaal is goed opgestart en het einde komt er wel. Misschien in december, misschien in januari. Dan heb ik een eerste versie en begint het echte werk.

Want doorschrijven, heb ik ontdekt, is plezierig. Je niet te veel aantrekken van juist woordgebruik en logische zinsconstructies helpt als je onder druk staat om de tekst binnen een bepaalde tijd neergeschreven te krijgen.

Wat ik ook ondervind: de schrijfgewoonte heeft zich al min of meer genesteld. Ik verlang er opnieuw naar om elke dag te schrijven. Ook al is het maar één pagina of zelfs maar één paragraaf.

Elke dag een beetje doorschrijven is het nieuwe doel. En eigenlijk heb ik dat al bereikt, het loopt gewoon door. Alleen daarom ben ik blij dat ik ermee begonnen ben.

En volgend jaar, november 2019, dan zien we wel.

 

Advertenties

Een gedicht als een vaas

Azertyfactor.be bestaat vijf jaar. Voor die gelegenheid werd een boek uitgegeven met vijfentwintig teksten van forumleden. De teksten werden geselecteerd door Vitalski uit de honderden teksten die eerder tip van de week geweest waren.

Mijn gedicht Het kapsalon werd gekozen. Een hele eer. En ik was ook erg blij met de keuze van dat gedicht, want ik ben pas een aantal jaren geleden begonnen met gedichten schrijven en als ik door mijn proza- en poëzieblog blader zie ik genoeg gedichten waar ik minder blij mee geweest zou zijn. Het is een leerproces dat nooit eindigt.

In de zomer van 2015 werd Het kapsalon getipt door Luuk Gruwez. Zijn commentaar maakte mij toen aan het huilen. En als ik hem nu herlees maakt hij mij nog steeds blij. Over wat er precies gebeurt in Het kapsalon blijft hij voorzichtig. Maar hij heeft in ieder geval door dat er iets anders dan een gewone knipbeurt aan de gang is. Of hij zich een voorstelling heeft kunnen maken van de scene die aanleiding gaf tot dit gedicht zal ik wellicht nooit weten. Indien dat wel het geval was, ben ik hem dankbaar omdat hij dit niet heeft vermeld.

Ook de commentaar van Vitalski maakt me blij. Wie zou niet overgelukkig zijn met een slotzin als: ‘Zonder meer een van de mooiste gedichten die ik ooit las.’ Hoe fijn is het om te lezen dat sommige woorden en regels waar ik lang over nagedacht heb door de lezer ook echt worden gesmaakt. En dat de euforie in het gedicht ingetogen beleefd moet worden was ook werkelijk de bedoeling. Dat dit overgekomen is, maakt mij gelukkig. Ik ben blij dat Vitalski van mijn gedicht heeft genoten, ook al ligt zijn interpretatie van het gebeuren dichtbij, maar toch iets verderaf van de door mij beschreven scène.

Luuk Gruwez en Vitalski zijn mannen. Zouden vrouwen sneller doorhebben waarover Het kapsalon gaat? Ik heb het getest met zussen en vriendinnen. Ze moeten het gedicht een paar keer herlezen en dan komt de ‘Aha!’.

Toen ik de commentaar van Vitalski onder ogen kreeg, werd ik heel even ongerust. Had ik explicieter moeten zijn? Maar nu weet ik het. Mijn gedicht is zoals de vaas van Rubin: je ziet een vaas of je ziet twee profielen. Eens je de profielen hebt gezien, zie je de vaas niet meer. Daarom hou ik van dit gedicht. Maar nog meer omwille van de herinnering aan die vrolijke zondagnamiddag met mijn kapster.

Wie ziet de vaas? Wie ziet de profielen? Laat me weten wat je denkt te zien in Het kapsalon, in een commentaar hieronder, of in een e-mail naar christinevandenhoveapestaartgmailpuntcom.

 

Vaas van Rubin

IMG_0025

Leren van feedback

Het geven en ontvangen van feedback is een delicate aangelegenheid. Hoe geef je commentaar op een tekst zonder de schrijver te ontmoedigen? Hoe vermijd je dat de schrijver de commentaar als kritiek op zijn persoon opvat?

En aan de andere kant: Hoe lees ik de opmerkingen van de feedbackgever zonder me aangevallen te voelen?

Hier is een trucje om dat laatste te vermijden: ik observeer mijn reactie en doe daar iets nuttigs mee, in de tekst, niet daarbuiten.

Drie voorbeelden van feedback op een gedicht ‘in de maak’:

Commentaar: ‘Ik begrijp dit niet.’

Mijn spontane reactie is om meteen te gaan uitleggen. In plaats van dat te doen, vraag ik me af hoe ik dat, wat niet begrepen wordt, zou uitleggen. Vervolgens probeer ik de uitleg te integreren in de tekst/het gedicht. In dit geval is het gedicht een zkv (zeer kort verhaal). Dat vraagt een begin, een midden en een einde. Dat helpt verduidelijken.

Commentaar: ‘Het blijft allemaal wel heel erg aan de oppervlakte.’

Is het waar? Ja, in dit geval is het waar. En waarom is dat zo? Nu heb ik opnieuw de neiging om dat uit te gaan leggen. Niet doen… Er is een reden waarom het aan de oppervlakte blijft. De reden in dit verhaal/gedicht is dat de personages voor het eerst met elkaar aan tafel zitten. Die reden moet een plaats krijgen in de tekst/het gedicht.

Commentaar: ‘Er zit voor mijn gevoel veel meer dieps in dit tafereel, iets dat jouw eigen voorkeuren ontstijgt. Misschien als je het tafereel niet op jezelf zou betrekken, maar meer als een foto neerzet?’

Hmm… het proberen waard. Een heel interessante oefening, ontdek ik nu. Ik verander van perspectief en herschrijf de tekst/het gedicht in de derde persoon. Door dat te doen ga ik vanzelf stukken tekst schrappen of verplaatsen. En wat nu? Ik kan voor dit perspectief kiezen, of opnieuw naar het oorspronkelijke perspectief gaan, met de nieuwe wijzigingen. En kijk, alles is plots duidelijker.

Het resultaat van deze uitwisseling staat hier.

Met dank aan feedback-engel en schrijfmaatje Johanna V.

 

 

 

Schrijfpauze

Het overkomt de besten en het heeft een lelijke naam. Ik noem niet zo, ik noem het liever schrijfpauze. Of gewoon pauze. Iedereen en alles heeft wel eens een pauze nodig. Het is augustus. De courgetteplant heeft al kilo’s courgettes gegeven en neemt nu een pauze.

Het was geen blok. Het schrijven doofde langzaam uit en ik verzette me niet. Het lichaam vroeg aandacht, er was geen tijd en geen kracht voor verzet. Geen verzet, geen verdriet. Maar het wel merken, dat ze wegbleven, de woorden, de zinnen, de verhalen.

Diep in mijn hart wist ik dat er mij maar een ding te doen stond: aanvaarden. Zelfs niet wachten of hopen. Want wie verwacht, wordt per definitie teleurgesteld. Wie niets verwacht krijgt cadeaus.

Ik kreeg een cadeau in de vorm van een bericht dat een van mijn gedichten in een bundel wordt opgenomen. En hop, daar ging het kraantje weer open. Eerst druppelend, aarzelend en nu in een fijn straaltje. Het stroomt. Tot aan een volgende pauze.

 

Na de pauze

Na de pauze
Geeuwt de muze

Ze schudt
De woorden wakker

Zinnen strekken zich
Letters buigen

De pen vraagt inkt
Het blad verbleekt

En draait zich om

 

(meer poëzie en proza op christinevandenhove.wordpress.com)

Compositie

Onlangs hoorde ik een schrijver op de radio vertellen over zijn nieuwe roman die, in tegenstelling tot zijn vorige roman, niet zorgvuldig gecomponeerd was, maar het resultaat was van een flow. Ik ben de naam van de schrijver vergeten en ik weet ook niet zeker of hij het precies zo formuleerde, maar de gedachte bleef bij me hangen: je kunt een verhaal zorgvuldig componeren of je kunt het in één trek uit je pen laten vloeien.

Ik herinner me een paar boeken waarvan je duidelijk kan zien dat ze ‘zorgvuldig gecomponeerd’ werden. Zelf hou ik van eenvoudige melodietjes. Zoals Het vogelhuis van Eva Meijer. Ik kreeg het boek in mijn handen gestopt in boekhandel Kartonnen Dozen. ‘Dit is iets voor jou,’ zei Johanna. Ik las niet eens de achterflap, ik kocht het in blind vertrouwen. Die titel alleen al. En een boekhandel waar de boekhandelaar speciaal voor jou een boek opzij legt omdat ze weet dat je van dit boek gaat houden. Zo ken ik er maar een.

Ik las het boek in een paar dagen uit. Ik lees ’s avonds in bed en ik betrapte me erop dat ik overdag al uitkeek naar mijn leesuurtje. Dat was lang geleden.

De gefictionaliseerde (wat een lelijk woord is dat toch) biografie van Len Howard, een Engelse ornitholoog, die haar familie verliet en haar werk als orkestmuzikant liet staan om in een huisje op het platteland koolmezen te gaan bestuderen, is een klein en ontroerend verhaal. Klein zoals in kleinood. Eenvoudig en mooi.

Het verhaal wordt chronologisch verteld. Elk hoofdstuk maakt een nieuwe sprong in de tijd en daartussen staan telkens stukjes uit de observaties van Len Howard zelf. Ze geeft namen aan de koolmeesjes, beschrijft hun gedrag, hoe ze koppeltjes vormen, nesten bouwen en hun jongen grootbrengen, en hoe ze met haar communiceren. Eentje leert ze zelfs tellen.

Het afwisselen van het levensverhaal van Len Howard en haar eigen (bewerkte) observaties van vogels werkt hier uitstekend. Het maakt het verhaal licht zonder afbreuk te doen aan de dramatiek. Integendeel het versterkt nog de weemoed, want als lezer ga je helemaal begrijpen hoe die vrouw van die vogels hield en hoe ze daar op den duur wat wereldvreemd van werd.

Wat een zalig boek. Dank je, Johanna Pas van Kartonnen Dozen. En wat een prachtig voorbeeld van hoe eenvoudig juist heel mooi kan zijn.

Meer over koolmezen en vriendjes op Can Xatard.

20161213_104753

Pensez d’abord!

De mediatheek van Prades, een stadje op 20 km vanwaar ik woon, organiseert blijkbaar al jaren des atelier d’écriture, een tweewekelijkse schrijfcursus die over het hele academiejaar loopt. Gratis.
Vorige zaterdag ben ik naar de eerste les geweest en ik kan mijn geluk niet op. De lesgeefster, Hélène Legrais, heeft al zestien (meestal historische) romans op haar naam. Ze was vroeger journaliste bij radio France Inter en bij Europe 1. Nu is ze fulltime schrijfster en geeft ze schrijflessen en workshops in bibliotheken en aan de universiteit van Perpignan.

Ze praat rad Frans en biedt weinig gelegenheid om tussen te komen, maar wat ze vertelde beviel me meteen. Het is de bedoeling dat we zelf gaan schrijven, maar ze gaf ons in deze eerste les alvast een paar stevige adviezen:

Pensez d’abord! Wacht met schrijven tot je zeker weet wat je gaat doen. Laat het onderwerp waarover je wil schrijven een tijdje, een paar dagen, zelfs een paar weken door je gedachten fladderen.

Bedenk eerst de personages, geef ze gezichten. Behandel ze als bestaande personen. Vraag je af wat ze in bepaalde situaties zouden doen.

Neem eventueel notities maar wacht met het eigenlijke schrijven. Vertrouw erop dat wat van waarde is voor je verhaal blijft hangen in je gedachten.

Vraag je af wat je precies wilt vertellen en probeer dat samen te vatten in één zin.

Begin dan pas te schrijven en ga uit van je personages. Breng hen van bij het begin tot leven.

Probeer niets aan te tonen, maar laat de gebeurtenissen voor zich spreken.

Doe geen moeite om mooie zinnen te schrijven maar laat het verhaal uit je ingewanden (vos tripes) komen. Leg eerst een fond, de taal verfijnen komt later.

Als je over jezelf schrijft, schrijf dan in de derde persoon. Je leert jezelf op die manier veel beter kennen.

Volg de mode niet, maar doe wat jij wilt doen. Iedereen kan schrijven, het komt erop aan om je eigen toon te vinden.

Wow, dit is eigenlijk een mooie samenvatting van alles wat ik ooit in boeken over schrijven heb gelezen.

En nu aan de slag. De opdracht luidt: Schrijf een verhaal van een à twee pagina’s waarin de lezer (in dit geval de lesgeefster) je leefwereld leert kennen. Het moet een echt verhaal zijn, met een begin en een einde en met minstens één personage erin. Het thema herfst mag erin verwerkt zijn, maar moet niet.

Tip: begin met lijstjes aan te leggen van woorden die betrekking hebben op het thema en op het verhaal. Zoek naar verbindingen tussen die woorden.

Ik heb twee weken tijd. Het lijkt me haalbaar, deze opdracht. Behalve dat het in het Frans moet. Oh dear.

De geschiedenis van haar leven

Het overkomt me wel eens dat een boek me zo in de greep heeft dat ik het dringend wil uitlezen. Ik besef dan dat ik te snel lees en dat ik sommige passages niet genoeg tot me door laat dringen. En dan beloof ik mezelf dat ik het boek -als het uit is- opnieuw ga lezen. En dat ik notities ga maken.
Natuurlijk doe ik dat niet, want er ligt nog een hele stapel te wachten.

Dat gebeurde ook met De geschiedenis van mijn leven van George Sand (1804-1876). Het is een mooie uitgave met een leeslintje eraan en het zal het nog een tijdje op mijn schrijftafel blijven liggen, maar ik zal het niet meer herlezen.

Gelukkig heb ik meteen nadat ik het boek uithad toch opgeschreven wat ik wilde onthouden:

Dat bij Aurore Dupin, later George Sand, het schrijven niet vanzelf kwam. Het was geen sterke drang, eerder een vaag verlangen om iets kunstzinnigs te doen. Ze heeft het over zichzelf niet als schrijfster, maar als kunstenares. Toen ze een eigen inkomen wilde verwerven, kwam het schrijven niet eens op de eerste plaats. Eerst probeerde ze het met miniatuurtjes schilderen.

Dat haar voor verwarring zorgende pseudoniem beter bekend was -en nog is- dan de titels van haar boeken.

Dat het feit dat ze soms mannenkleren droeg meer bekend was dan de titels en de inhoud van haar boeken.

Idem met haar verhouding met Chopin. Het was dus in die tijd ook al zo dat wie je was en met wie je omging dikwijls meer voor bekendheid, publicatiekansen en verkoop zorgde dan het oeuvre zelf.

Dat ze erg veel hindernissen ondervond bij het schrijven: tegenkantingen van mannelijke tijdgenoten, schrijvers (o.a. Balzac) en uitgevers, persoonlijke beslommeringen, vechtscheiding enz.

Dat volgens de vertalers haar taal erg slordig was, en dat wijten ze aan het feit dat ze broodschrijver was en haar werk veel te haastig deed.

Toch heb ik erg genoten van het boek. Ze vertelt haar leven op een bijna gemoedelijke manier. Ze laat hier en daar expres gebeurtenissen weg, of blijft vaag en verontschuldigt zich daarvoor, waardoor ik als lezer juist nieuwsgierig word naar haar persoonlijkheid en naar haar werk.

Als ze in deze eeuw had geleefd, had ze vast een populaire blog.

georges_sand

portrait de George Sand par Félix Nadar © France 3